Alle voorzieningen in Nederland zijn gebaseerd op de sociale-verzekeringswetten. Voor diegene die (volgens de huidige wetgeving) 65 wordt betekent dit, dat recht gaat ontstaan op AOW. En deze AOW-uitkering vormt vrijwel altijd de basis van het oude-dags-inkomen.
Is de partner jonger dan 65 jaar, dan kan men voor deze jongere partner een AOW- toeslag aanvragen die afhankelijk is van het inkomen van de jongere partner. Maximaal bedraagt de toeslag 50%. Zodat de 65-plusser met de jongere partner toch nog 100% ontvangt.
Inkomsten die te maken hebben met vroegere arbeid (uitkeringen) worden echter geheel van de toeslag afgetrokken. En wanneer de jongere partner nog werkt, wordt ook een deel van het inkomen uit arbeid gekort op de AOW-toeslag.
Het recht op toeslag vervalt voor iedereen die op of na 1 januari 2015 de leeftijd van 65 jaar bereikt en een jongere partner heeft.
Voor een volledige AOW-uitkering moet men tussen zijn 15e en 65e jaar altijd verzekerd zijn geweest. Voor ieder jaar dat men niet verzekerd is geweest wordt een korting van 2% per niet verzekerd jaar toegepast op het AOW-pensioen en/of de toeslag.
Zoals gezegd vormt de AOW vrijwel altijd de basis van het oude-dags-inkomen. En vrijwel altijd zal deze AOW dus aangevuld moeten worden met 'pensioen' of 'lijfrente', om het leven te kunnen blijven vieren zoals u dat gewend was.
Maar of dat in uw geval voldoende is, moet blijken uit berekeningen. Het hangt in ieder geval van uw persoonlijke omstandigheden af. Via de contactknop kunt u informatie opvragen. Of een gesprek aanvragen.
